Leerlingenzorg

Overlegstructuur leerlingbegeleiding


Dyslexie en Dyscalculie

Dyslexie
In het eerste leerjaar wordt er bij de leerlingen een toets afgenomen conform het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs. Hierbij kan een vermoeden van dyslexie gemeten worden. Indien deze toets daartoe aanleiding geeft, worden de leerlingen voor een vervolgtest opgeroepen middels een bericht aan de ouders. Ouders krijgen ook de uitslag. Het kan zijn dat de leerling doorverwezen wordt naar een erkende externe instantie. Leerlingen met een dyslexieverklaring krijgen van school een faciliteitenkaart. Hiermee krijgen ze persoonlijke faciliteiten bij toetsen c.q. examens.

Klik hier voor veel gestelde vragen en antwoorden over het dyslexiebeleid.

Op donderdag tussen 16.00 en 17.00 uur is er een dyslexiespreekuur. Ouders kunnen hiervoor per e-mail een afspraak maken met Carla van den Heuvel (c.van.den.heuvel@broklede.nl).

Dyscalculie
Er is een landelijk Protocol Dyscalculie Voortgezet Onderwijs. Omdat het aantal leerlingen met dyscalculie op onze school zeer gering is, baseren wij ons handelen vooralsnog analoog aan het dyslexiebeleid met dien verstande dat er geen screening is op school. Wel kunnen we desgewenst een indicatieve test op school afnemen.


Coaching op Broklede 

Bert Korthof - nov.15

Heb je wel eens gedacht: “Ik zou wel eens met iemand willen praten die rustig de tijd neemt om naar mij te luisteren en niet direct klaar staat met een mening of oordeel over mij?” Dat kan op RSG Broklede door je aan te melden via je mentor voor coach- gesprekken met mij, Bert Korthof. Ik heb veel ervaring met leerlingen en studenten van Middelbare en Hogescholen. Ik werk met de zogenaamde “Oplossingsgerichte coaching techniek”. Dat ga ik hier niet helemaal uitleggen maar het komt er op neer dat we in de gesprekken niet uitvoerig stil  gaan staan waaròm je een probleem hebt maar veel meer kijken naar dingen die wèl goed gaan. Die gaan we versterken en analyseren hoe we dat ook kunnen gebruiken om je probleem aan te pakken. Het blijkt zeer succesvol te zijn om te focussen op kleine stapjes in de goede richting en deze dan te herhalen.

Zo wordt een ogenschijnlijk onoverkomelijk probleem toch vaak weer oplosbaar. Door je gedachten eens rustig onder woorden te brengen en door stimulerende vragen van de coach blijkt namelijk dat je dan dikwijls zèlf de oplossing voor je probleem kunt benoemen. Omdat je de oplossing zelf bedacht hebt, hoeft de coach jou niet of nauwelijks meer te motiveren. Je weet je eigen oplossing en je bent al overtuigd dat het gaat werken!

Wanneer kun je je mentor vragen om een coach gesprek te regelen

  • Je schoolresultaten blijven ver achter bij de verwachting van je ouders, je leraren of je vindt zelf dat je veel beter zou kunnen presteren.
  • Wanneer je nog maar weinig interesse voor school hebt en de docenten je niet meer kunnen inspireren.
  • Wanneer je niet meer met plezier naar school gaat.
  • Elke andere reden waardoor je onder je kunnen presteert.

Door dat je voor je zelf een coach regelt, laat je zien dat je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen situatie, niet anderen de schuld geeft, maar dat je zelf weer aan het roer staat van je eigen schoolcarrière. Deze eigenschap zal ook in je vervolgstudie weer van essentieel belang zijn om die met succes te kunnen afronden. Die vaardigheid heb je dan al even mooi gedemonstreerd!

Nog even de praktische zaken op een rij

  1. Je stapt naar je mentor en vraagt om de motivatie coach Bert Korthof.
  2. Je ouders worden op de hoogte gesteld dat je een coaching-traject krijgt op school.
  3. Je verplicht je om minimaal aan 3 x een gesprek van 1 uur tot maximaal aan 5 gesprekken deel te nemen. Deze gesprekken worden op de dinsdagen na je lessen gepland. Soms zul je een uurtje moeten wachten. De gesprekken starten om 13 uur, 14 uur of 15 uur. Bert Korthof wacht je dan op bij de portiersloge.

Rugzak-/zorgleerlingen

Leerling gebonden financiering

Leerlingen die een cluster 1 of 2 indicatie hebben, kunnen een leerling gebonden budget (LGB) krijgen. Met dit budget kan extra begeleiding en ondersteuning gegeven worden. Ambulante begeleiding is een onderdeel hiervan. Bij deze clusters moet men denken aan leerlingen met een auditieve of visuele beperking.

Voor verdere informatie: zie http://www.50tien-oudersenrugzak.nl

Passend onderwijs

Op 1 augustus 2013 is gestart met passend onderwijs. Dit is een jaar eerder dan de landelijke invoering van de wet.

Broklede is aangesloten bij het Samenwerkingsverband Sterk VO Utrecht en Stichtse Vecht www.sterkvo.nl Sterk VO is een van de drie pioniers in Nederland.

Indien leerlingen met fysieke of gedragsproblemen extra ondersteuning nodig hebben en de school onvoldoende middelen heeft om die ondersteuning te verstrekken, kan de school in goed overleg met de ouders een aanvraag indienen bij het samenwerkingsverband.

Dit is in plaats gekomen van de vroegere beschikkingen voor rugzakjes clusters 3 en 4.


Algemene leerlingbegeleiding binnen school

Leerlingen op Broklede worden tijdens hun schoolloopbaan op verschillende momenten en door diverse mensen begeleid. De meeste leerlingen hebben genoeg aan de algemene begeleiding, studie- en leefstijlbegeleiding. Een deel van de leerlingen heeft meer ondersteuning nodig. Binnen school is er specifieke leerlingbegeleiding aanwezig. Als de problematiek meer expertise vergt, kan de leerling en/of de school specialistische ondersteuning krijgen buiten de school.

Docenten

De leerlingen krijgen les van gekwalificeerde docenten die deskundig zijn op het gebied van hun vakgebied, didactiek en pedagogisch handelen. Docenten die een probleem constateren melden dat bij de mentor en/of teamleider.

Mentoraat

Elke klas in de onderbouw heeft een mentor. De taak van de mentor is omvangrijk en gevarieerd, gericht op de belangen van de individuele leerling en van de klas. Geregeld bespreekt de mentor met de klas belangrijke onderwerpen als huiswerk, studievaardigheden, gedrag en de gang van zaken in de lessen. De mentor is tevens de centrale figuur voor de leerling die extra zorg nodig heeft. De mentor signaleert (in gesprek met leerling, ouders, docenten) het probleem en bespreekt dit vervolgens met de teamleider en de conrector. De conrector schakelt vervolgens indien nodig de zorgcoördinator of de vertrouwenspersoon in.

Mentoren zijn onderverdeeld in teams. Er zijn teams voor HAVO klas 1 en 2; THAVO klas 1, HAVO/VWO klas 1 en 2; VWO klas 1 en 2; TVWO klas 1, 2 en 3.Verder zijn er teams voor 3 HAVO en 3 VWO, HAVO 4, (T)VWO 4, HAVO 5, (T)VWO 5, VWO 6 en TVWO 6. Ieder team vergadert regelmatig onder leiding van een afdelingsleider. Het team bespreekt de dagelijkse gang van zaken in de klassen en houdt zich in de onderbouw bezig met het pedagogisch didactisch klimaat in de klas.

Mentoruur

Alle klassen in de onderbouw en VWO 4 hebben een ingeroosterd mentormoment. Daarin kan de mentor met de hele klas of met individuele leerlingen gesprekken voeren over de dagelijkse gang van zaken in de school en over wat wel of niet goed gaat in de lessen. Ook de vorderingen en perspectieven van de klas of de individuele leerlingen komen aan de orde. Daarnaast kunnen in het mentoruur allerlei activiteiten worden voorbereid. De mentor draagt er zorg voor geïnformeerd te zijn over de resultaten en het gedrag van de klas en de leerlingen. Op de rapportvergadering geeft de mentor adviezen m.b.t. de voortgang van de leerling. Aan het eind van het schooljaar wordt de overgangbeslissing genomen door de vergadering van de docenten van de betrokken leerling, op grond van een voorstel van de mentor.

Mentor en ouders

De mentor is ook de hoofdschakel tussen school en thuis. Hij/zij speelt een belangrijke rol bij de rapportage en op de ouderavonden. Omgekeerd geldt dat de mentor beter functioneert naarmate de ouders haar/hem beter op de hoogte houden over hun kind. Bij problemen die niet binnen de school kunnen worden opgelost, helpt de mentor in overleg met de zorgcoördinator de juiste hulp te vinden.

Mentoraat 1e leerjaar

De mentoren van de eerste klassen besteden ruim aandacht aan de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs, leefstijl, het leren kennen van de school en de klasgenoten. Zij worden daarbij geholpen door een juniormentor. Dat is een leerling uit een hoger leerjaar van de school. In oktober wordt de kennismakingsperiode afgesloten met een schoolkamp. In de tweede helft van het schooljaar wordt voorlichting gegeven over de opbouw van de school in hogere leerjaren en een start gemaakt met de keuze begeleiding.

Mentoraat 2e leerjaar

In het mentorprogramma van het 2e leerjaar spelen onderwerpen als huiswerk, omgaan met elkaar en studievaardigheden en leefstijl een voorname rol. Halverwege het schooljaar doen alle docenten voor de H/V-klassen een voorlopige uitspraak over het niveau van de leerling en de mogelijke vervolgrichting HAVO of VWO. Deze aanduiding wordt aangevuld met een beschrijving waarin uitspraken worden gedaan over het inzicht, de zelfstandigheid bij het leren, de sociale vaardigheden, de inzet en de planning en organisatie van het werk van de leerling. Aan het eind van het jaar geeft de docentenvergadering voor alle leerlingen van het 2e leerjaar een bindend advies over het vervolg van de leerroute: HAVO 3 of VWO 3.

Mentoraat 3e leerjaar

In het mentorprogramma van het 3e leerjaar spelen naast de algemene mentortaken, de voorbereiding op de bovenbouw en de keuze van een profiel een belangrijke rol.

Mentoraat bovenbouw

Het mentoraat in de bovenbouw richt zich op diverse soorten van begeleiding: studiebegeleiding op het gebied van werkaanpak, planning en voortgangscontrole van het examendossier, begeleiding op het gebied van loopbaanoriëntatie (samen met de decaan), sociaal emotionele begeleiding en organisatie en begeleiding van groepsactiviteiten in het leerjaar. Om dit allemaal mogelijk te maken is er een ingeroosterd mentormoment voor VWO 4.De overige leerlingen zitten in een mentorgroep. Zij hebben regelmatig contact met hun mentor. Om de overstap van onder- naar bovenbouw makkelijker te maken is er in HAVO 4 en VWO 4 tot de herfstvakantie een speciale instapperiode waarin extra aandacht besteed wordt aan de aansluiting van onder- naar bovenbouw.

Decanaat

RSG Broklede heeft twee decanen. Leerlingen kunnen bij een decaan terecht voor informatie over studies en beroepen. De decaan bereidt samen met de mentoren de leerlingen voor op belangrijke keuzemomenten zoals de richting HAVO of VWO, de profielkeuze en de vervolgopleiding. De decaan voert gesprekken met leerlingen, verstrekt adviezen, stimuleert het bezoek aan informatiedagen van vervolgopleidingen en reikt up-to-date informatie aan. De decaan onderhoudt daarnaast contacten met externe onderzoeksbureaus en vervolgopleidingen. Veel informatie hierover is ook op de website te vinden.

Keuzebegeleiding

Vóór de kerstvakantie oriënteren de leerlingen zich op vervolgopleidingen en beroepskeuze. Dit gebeurt o.a. tijdens keuzewerktijd waar de leerlingen werken met lesbrieven die door het decanaat worden verzorgd. Dit levert belangrijke informatie op voor de bepaling van een “zeer voorlopige profielkeuze“.

Profielkeuze

Na een voorlichtingsavond in november en gesprekken met vakdocenten en de mentor moet in februari de voorlopige profielkeuze ingeleverd worden. Indien gewenst kan ook een afspraak met de decaan worden gemaakt. Vervolgens geeft de docentenvergadering een advies over de voorlopige profielkeuze. Tenslotte moet in april de definitieve profielkeuze worden gemaakt.

Capaciteitentest

Als er naar aanleiding van behaalde resultaten bij de docenten onduidelijkheid bestaat over de capaciteiten van bepaalde leerlingen, kan er in januari een capaciteitentest worden gedaan. Ouders worden hierover tijdig geïnformeerd. Deze zgn. Differentiële Aanleg Test wordt af genomen door een extern bureau. Het bureau zorgt voor een schriftelijke rapportage naar de ouders en de school.


Afdelings- en schoolleiding

Afdelingsleider

De afdelingsleiders zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in hun team. Zij voeren regelmatig overleg met de mentoren van het team, met de conrector, met de schoolleiding en met het interne zorgteam of de vertrouwenspersonen.

Conrector

Indien de mentor een probleem signaleert (in gesprek met leerling, ouders, docenten) kan deze het bespreken met de afdelingsleider en/of de conrector. De conrector schakelt vervolgens indien nodig de zorgcoördinator of de vertrouwenspersoon in.


Studie- en leefstijlbegeleiding

Studiegroep team A (1 en 2 havo)

Leerlingen die ondersteuning nodig hebben, worden ingedeeld in de studiegroep en volgen steeds een 5-wekelijks programma waarna wordt gekeken of de leerling uit de studiegroep kan. Er zijn op jaarbasis 4 studiegroepen. Er wordt dus gewerkt met een vaste groep per 5 weken. De leerling volgt de studiegroep zolang ondersteuning nodig is. Dit kan dus eenmalig een periode van 5 weken zijn, maar ook meerdere periodes zijn. Er is een aanwezigheidsadministratie. Ouders moeten de leerlingen officieel afmelden bij onmogelijke aanwezigheid! Doel van de studiegroep is om de tekorten op te halen en begeleiding te bieden bij de ontwikkeling van een leefstijl die leerlingen daarna zelfstandig kunnen toepassen. Daarbij hoort het leren plannen en organiseren en het ontwikkelen van studievaardigheden. Tot slot wordt ook gekeken naar de ontwikkeling van een positieve werkhouding.

Steun en verdieping

Talent

Op Broklede werken we met Talenturen. We willen de leerlingen uitdagen hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. In klas 1 krijgen ze een keuze van 9 bijzondere vakken – Spaans, Chinees, Science Plus, Journalistiek, Sport, Drama, Beeldend, Lifestyle Informatics en Technisch Ontwerpen. In klas 2 en 3 hebben de leerlingen hun Talentvak gekozen en volgen ze dat vak 2 lesuur per week.

Vakhulp

Docenten zijn op een dinsdagmiddag beschikbaar voor leerlingen die extra hulp bij een bepaald vak nodig hebben. De leerling kan zelf het initiatief nemen, door een mentor worden verwezen of kan door een docent uitgenodigd worden om op het spreekuur te komen. Vakhulp kan gebruikt worden om hulp te krijgen bij het inhalen van een achterstand opgelopen door ziekte, voor extra uitleg over een bepaald onderdeel of voor een gesprek over werkhouding en gedrag in de les. Ook kan het gebruikt worden voor een intensievere nabespreking van toetsen. Bij V en V kunnen leerlingen meer structurele hulp ontvangen bij bv. steunlessen voor verschillende vakken.

Docenten zijn op dinsdagmiddag beschikbaar voor leerlingen die extra hulp bij een bepaald vak nodig hebben.

Tutorhulp

Als een leerling in de onderbouw moeite heeft met een vak, kan er hulp worden ingeroepen van een bovenbouwleerling die goed is in dat vak. Deze tutor kan bijvoorbeeld overhoren of iets nog eens uitleggen. Bovendien is het mogelijk een tutor te krijgen voor planning en organisatie. Die hulp duurt in principe 6 weken en kan n.a.v. de rapportvergadering, na overleg met de ouders worden aangevraagd door de mentor. Voor tutorhulp wordt een bijdrage aan ouders gevraagd (ca.  € 4,- per uur). Leerlingen met ernstige problemen kunnen niet door een tutor worden begeleid.

Huiswerkklas 

Broklede verzorgt in samenwerking met Lyceo huiswerkbegeleiding, bijles en coaching.  Iedere middag zijn er na het 6e uur begeleiders van Lyceo in school aanwezig om onze leerlingen  te begeleiding bij het huiswerk. Lyceo huiswerkbegeleiding begeleidt leerlingen 2, 3, 4 of 5 middagen per week bij het plannen en leren van het huiswerk. Ook bieden zij hulp bij lastige vakken of bij het aanleren van de juiste studiemethodiek. Van de brugklas tot de eindexamenklas: voor iedere leerling bieden ze begeleiding op maat. Leerlingen kunnen zich inschrijven via Lyceo-huiswerkbegeleiding.
Voor meer informatie kan contact opgenomen worden met Irfaanah Pahladsingh via 06-13057408 of kijk op de website van Lyceo.

Begeleiding NT2

Een leerling die een andere taal dan Nederlands als moedertaal heeft, kan indien nodig, extra taalhulp krijgen. Deze kan worden aangevraagd bij de zorgcoördinator. Er dient van deze leerlingen een onderwijskundig rapport van de Nederlandse school die de leerling heeft bezocht direct voorafgaand aan Broklede ingeleverd te worden. Daaruit moet de nationaliteit van beide ouders, voogden en kind, land van geboorte en het aantal jaren dat het kind in Nederland is, blijken. Deze hulp is niet bedoeld voor structurele hulp of individuele bijles.


Specifieke leerlingbegeleiding binnen school

Indien ouders problemen bij een leerling vermoeden, kunnen zij contact opnemen met de mentor of de teamleider. Via de mentor of teamleider komt de leerling terecht bij de zorgcoördinator of zorgbegeleiders als het gaat om leer- of gedragsproblemen, of bij de vertrouwenspersonen als het gaat om sociaal emotionele problemen.

Zorgteam

Carla van den Heuvel (zorgcoördinator, voorzitter ZAT, teamzorgbegeleider dyslexie) c.van.den.heuvel@broklede.nl

Geurt Posthouwer (zorgbegeleider leer- en gedragstoornissen) g.posthouwer@broklede.nl

Thomas Mentink (sociale vaardigheidstraining) t.mentink@broklede.nl

Brigitte Leegerstee, Barbara van Kleef (faalangstreductie training) b.leegerstee@broklede.nl, b.van.kleef@broklede.nl

Annemieke Tol, Geurt Posthouwer (vertrouwenspersonen) – vertrouwenspersoon@broklede.nl

Sociale vaardigheidstraining

Alle 2e klassers doen mee aan een test voor de herfstvakantie. Naar aanleiding van deze test worden er leerlingen geselecteerd voor de cursus sociale vaardigheden. Leerlingen worden ook via de mentoren aangemeld. De ouders van deze, door de mentoren aangemelde, leerlingen zullen uiteraard eerst geïnformeerd worden over het programma. Pas na instemming van de leerling zelf en de toestemming van ouders vindt een officieel intakegesprek met de begeleiders plaats en wordt beslist of de leerling mag deelnemen aan de cursus. Ouders kunnen hun kinderen ook zelf bij de mentor aanmelden.

B(eter) O(mgaan) met F(aalangst)-training

In het tweede leerjaar wordt aandacht besteed aan faalangst. Alle 2e klassers krijgen, in de eerste activiteitenweek, een vragenlijst voorgelegd. De vragen gaan over dagelijkse, schoolse situaties. Naar aanleiding van de uitslag krijgen sommige leerlingen, in overleg met de mentor en de ouders, de gelegenheid om mee te doen aan een serie van ca. acht BOF-lessen onder begeleiding van twee deskundige docenten. Mentoren van bovenbouwleerlingen of bovenbouwleerlingen zelf kunnen in geval van faalangst contact opnemen met de zorgcoördinator. In samenwerking met de mentor zal er gekeken worden of er leerlingen zijn die kunnen worden ondersteund in de dagelijkse schoolpraktijk.

Pestprotocol

RSG Broklede vindt het aanpakken van pesten belangrijk. Pesten berokkent niet alleen veel schade aan personen; ook de sfeer en de prestaties in een klas kunnen er onder lijden. Om deze aanpak zowel preventief als curatief in goede banen te leiden, hanteren wij op school een pestprotocol. Dit protocol is in te zien op de website onder algemeen>reglementen, protocollen en schoolgids.

Schoolmaatschappelijk werk 

Er is een schoolmaatschappelijk werker verbonden aan Broklede. Marianne van Voorthuizen werkt bij het Algemeen Maatschappelijk Werk Kwadraad, op de locatie Breukelen. Zij kan ingeschakeld worden wanneer het met een leerling niet goed gaat. Het kan zijn dat een jongere bijvoorbeeld onzeker is, problemen thuis heeft of om een andere reden niet lekker in zijn vel zit. Maar ook ouders/verzorgers kunnen met vragen bij haar terecht, bijvoorbeeld over spanningen thuis en het omgaan met een opgroeiend kind. Bovendien kan zij met medewerkers van de school in gesprek gaan over vragen die zij hebben over een leerling. Het streven is dat een leerling zich op alle levensgebieden goed kan ontwikkelen en met plezier naar school gaat. Haar taak is vooral in kaart te brengen wat er aan de hand is. Ze kan kortdurende hulp bieden en wanneer dat nodig is doorverwijzen en toe leiden naar passende hulpverlening. Daarnaast is zij ook deelnemer van het Zorg Advies Team (ZAT) op school. Onze school maatschappelijk werker, Marianne van Voorthuizen is op school aanwezig op  op donderdag  tussen 08.30-12.30 uur. Zij is op maandag, dinsdag en donderdag bereikbaar via m.van.voorthuizen@broklede.nl of via telefoonnummer 06-40068374.

Vertrouwenspersonen

RSG Broklede kent vertrouwenspersonen. Zij zijn conform de gemeentelijke verordening contactpersoon bij klachten over ongewenste omgangsvormen en vervullen tevens counselortaken. Leerlingen met sociaal-emotionele problemen die met iemand anders dan de mentor willen praten, kunnen ook bij de vertrouwenspersoon terecht. De vertrouwenspersoon zal op basis van gesprekken met de betreffende leerling bepalen of externe hulp nodig is. De vertrouwenspersoon fungeert als contactpersoon tussen leerling, ouders, conrector en externe instanties en verwijst door. De vertrouwenspersoon zal zelf geen intensieve begeleiding geven. Indien gewenst is het mogelijk contact te zoeken met de externe vertrouwenspersoon. Voor onze school is dat Karin van den Heuvel van Careyn. Bereikbaar via de informatielijn: 0346-581413.

Zorg Advies Team

In de school wordt regelmatig met en over leerlingen gesproken: in de les, tijdens vakhulp, in het mentoruur, bij rapportvergaderingen, in teamoverleg, enz. Sinds enkele jaren heeft Broklede een Zorg Advies Team (ZAT). Dit team bestaat uit een leerplichtambtenaar van gemeente Stichtse Vecht, een schoolarts, een schoolmaatschappelijk werker, jeugdzorg, een vertrouwenspersoon van de school en twee conrectoren/teamleiders en komt zes keer per jaar bij elkaar. Al deze instanties en personen hebben als doel om ertoe bij te dragen dat leerlingen zo goed mogelijk de school kunnen doorlopen en waar nodig extra begeleiding kunnen krijgen.

De docenten kunnen hun zorg rondom een leerling aan de mentor doorgeven. De mentor zal in het team of met de teamleider nagaan of de leerling aangemeld moet worden voor bespreking in het ZAT. Het ZAT schakelt, indien nodig, zo snel mogelijk de juiste hulp en ondersteuning in voor de leerling, de ouders en de docenten. Verschillende kernpartners hebben inzage in Magister.

Ouders worden op de hoogte gebracht als een leerling in het interne en/of externe ZAT wordt besproken.


Leer- en gedragsproblematiek

Dyslexie

Het belangrijkste kenmerk van dyslexie is dat er een hardnekkig probleem is bij het snel en vlot kunnen lezen, het spellen en soms ook het schrijven. RSG Broklede heeft een actief dyslexiebeleid dat grotendeels is gebaseerd op het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs. Veelal zijn leerlingen met dyslexie al opgevallen op de basisschool. Toch wordt bij circa 25% van de dyslectische leerlingen de dyslexie pas ontdekt op het voortgezet onderwijs. Er wordt gekeken naar alle leerlingen de om leerlingen met mogelijk dyslectisch op te sporen. Dit wordt gedaan door de overdracht gegevens van de basisschool te bestuderen op het gebied van spelling, begrijpend lezen en tempo. Daarnaast zet RSG Broklede de signaleringstoets in. Deze taalscreening wordt in de brugklas met uitzondering van leerlingen in tvwo afgenomen en bestaat uit een zinnendictee en een stil-lees-toets. Deze wordt rond de herfstvakantie in een reguliere les Nederlands afgenomen. Naar aanleiding van deze gegevens kan een leerling worden opgeroepen voor een aanvullende test. Pas daarna zal de school ouders al dan niet adviseren om nader onderzoek te laten doen. Ouders krijgen altijd per brief het resultaat van deze indicatieve test. Naar aanleiding van de resultaten wordt er mogelijk een aanbeveling gegeven aan ouders om de leerling te laten testen op dyslexie bij een erkende en BIG-geregistreerde GZ-Psycholoog of Orthopedagoog-generalist met aantoonbare specialisatie dyslexie.

Ondanks dit preventieve beleid komt het wel eens voor dat leerlingen toch nog later in hun schoolloopbaan problemen hebben. De school kan ook na het eerste jaar de signaleringstest inzetten om vermoeden van dyslexie al dan niet te bevestigen.

Dyscalculie

Dyscalculie betekent letterlijk ‘niet kunnen berekenen’. Het is een ernstig en hardnekkig probleem bij het aanleren van bepaalde vaardigheden, dat niet wordt veroorzaakt door een gebrek aan intelligentie of te weinig onderwijs. Bij dyscalculie gaat het om ernstige en hardnekkige problemen met het leren en vlot/accuraat oproepen/toepassen van reken-wiskundekennis (feiten/afspraken). Er is nog geen Protocol Dyscalculie Voortgezet Onderwijs en omdat het aantal leerlingen met dyscalculie op onze school zeer gering is, baseren wij ons handelen vooralsnog analoog aan het dyslexiebeleid met dien verstande dat er geen screening is op school. Wel kunnen we desgewenst een indicatieve test op school afnemen.

Andere problematiek

Behalve leerstoornissen kunnen leerlingen ook andere problematiek hebben. Dit kunnen gedragsstoornissen zijn zoals ADHD, ADD of autisme. Maar ook visuele of auditieve problematiek, ziekten, motorische beperkingen en/of bijzondere omstandigheden in het leven kunnen de ontwikkeling van een leerling beïnvloeden waardoor extra begeleiding of compensatie nodig is. Voor ouders en leerling is de mentor de belangrijkste contactpersoon binnen de school; immers de mentor informeert in principe de ouders over de studievoortgang en gedrag en zoekt contact met ouders indien er een duidelijke verandering optreedt in gedrag of resultaten. De school verwacht van de ouders dat zij contact opnemen met de mentor indien er zich problemen met de leerling voordoen. Mentoren, en in sommige situaties ook de ouders, kunnen binnen de school een beroep doen op ondersteuning van het zorgteam. Indien specifieke begeleiding of ondersteuning te specialistisch is, doet de school een beroep op het expertiseteam van het samenwerkingsverband.


De Verwijsindex

Met de meeste kinderen en jongeren gaat het gelukkig goed. Er is echter een categorie kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar dat risico’s loopt of met problemen kampt. Het is belangrijk dat we die jongeren in beeld krijgen en houden. Jongeren hebben recht op bescherming, op een goede opvoeding en een adequate opleiding. Maar als dat in gevaar komt, vraagt dat om een gezamenlijke aanpak van de organisaties die met deze jongere te maken hebben.

Sommige jongeren hebben even hulp nodig. Om hen goed te helpen, is een soepele samenwerking nodig tussen school, hulpverleners en instanties. De Verwijsindex zorgt daarvoor.

De Verwijsindex is een systeem waarin hulpverleners en andere professionals de persoonsgegevens registreren van de jongeren (tot 23 jaar) waarover zij zich zorgen maken. Deze registratie bevat geen inhoudelijke informatie. Duidelijk wordt dan welke andere hulpverlener zich mogelijk ook actief met de situatie van deze jongere bezig houdt. Met het afgeven van een signaal in de verwijsindex, wordt het netwerk rondom een jongere in beeld gebracht. Het zorgt ervoor dat de hulpverleners elkaar snel weten te vinden.

Medewerkers van RSG Broklede kunnen een jongere ook registeren bij de verwijsindex. Er zal voorafgaand aan deze registratie altijd door de mentor, teamleider of zorgcoördinator contact worden opgenomen met de ouder(s) of verzorger(s).

Meer informatie is te vinden op: www.verwijsindexmiddennederland.nl


Toekennen van faciliteiten

Naast speciale begeleiding en ondersteuning van leerlingen die dat nodig hebben, kent Broklede ook een aantal faciliteiten. Broklede heeft een grote groep dyslectische leerlingen en leerlingen die om andere redenen faciliteiten nodig hebben. Voor het verstrekken daarvan wordt bij leerlingen met dyslexie naar een dyslexieverklaring gevraagd, maar wordt ook verzocht het onderzoeksrapport beschikbaar te stellen. Een onderbouwing van een externe erkende deskundige waaruit de noodzaak om te faciliteren blijkt, wordt eveneens gevraagd bij andere problematiek zoals ADD, ADHD, ASS of fysieke beperkingen. Toekenning en aanpassen van faciliteiten gebeurt door de afdeling zorg.

Regulier en examen

Op Broklede maken onderscheid in twee soorten faciliteiten. Regulier en examenfaciliteiten. De reguliere faciliteiten gelden in principe gedurende de gehele schoolloopbaan maar niet voor schoolexamens (SE) en centraal schriftelijke examens (CSE).

De reguliere faciliteiten worden omgezet in examenfaciliteiten voor de SE en CSE. Leerlingen in 4 havo en 4 vwo en hun ouders krijgen aan het begin van het schooljaar hierover een brief in augustus/september. Leerlingen kunnen vóór 1 oktober eventueel wijzigingen of specifieke faciliteiten aanvragen bij de afdeling zorg. Ook bij onduidelijkheden moeten ze zich melden bij de afdeling zorg. De school moet melding doen van de verstrekte examenfaciliteiten bij de onderwijsinspectie vóór 1 november. Bij aanpassingen ná deze datum moeten de ouders zo spoedig mogelijk contact opnemen met de afdeling zorg. Bij wijzingen van de examenfaciliteiten moet er een termijn van 10 werkdagen zitten tussen de wijziging en een examen m.u.v. overmacht situaties.

Leerling en ouders

In de meeste gevallen bespreekt de zorgmedewerker met de leerling, op basis van de door de ouders verstrekte onderzoeksgegevens en verklaring, welke faciliteiten nodig zijn. Deze worden genoteerd op de blauwe faciliteitenkaart. Er wordt geadviseerd om de faciliteiten samen (leerling en ouders) thuis goed door te nemen. Indien er problemen zijn, bespreekt de leerling deze met de docent of mentor. Ouders kunnen ook gebruikmaken van het dyslexiespreekuur. Ze kunnen via de mail hiervoor een afspraak maken met Carla van den Heuvel. c.van.den.heuvel@broklede.nl

De docenten zijn via magister op de hoogte van de faciliteiten. Leerlingen wordt geadviseerd om bij aanvang altijd de blauwe kaart te laten zien en bij een toets een ‘D’ boven het blaadje te zetten ingeval ze dyslectisch zijn.

De leerling zorgt voor een goede voorbereiding

Voor alle leerlingen maar zeker ook voor dyslectische leerlingen is het van belang om gestructureerd te werken. Voor ouders is het de belangrijkste taak om het kind te blijven bemoedigen en ondersteunen. Ouders kunnen helpen bij de planning van het huiswerk en de voorbereiding van toetsen en daarvoor Magister raadplegen. Daarnaast kunnen ouders een rol spelen bij het oefenen en trainen. Juist leerlingen met dyslexie hebben veel extra oefening nodig met lezen en spellen. Belangrijk is een goede verstandhouding en balans tussen inspanning en ontspanning. www.balansdigitaal.nl   Gebruik websites die door docenten worden aangeraden zoals www.wrts.nl , www.teach2000.nl , www.huiswerk.nl

Huiswerk, toetsen en nabespreken

Studiewijzers voor de bovenbouw worden in Magister gezet. Huiswerk voor de onderbouw wordt in Magister gezet. Centraal toetsmomenten en inhaaltoetsen staan altijd in Magister. Toetsen en toetsmomenten worden in toenemende mate ook in studiewijzers/planners aangegeven.

De docent geeft bijtijds, voor het einde van de les, zorgvuldig en duidelijk eventueel huiswerk op.

In de onderbouw zijn er voorbereide en onvoorbereide proefwerken en schriftelijke overhoringen. In de onderbouw krijgt een leerling maximaal één voorbereid proefwerk per dag. Aan het eind van het cursusjaar is er een proefwerkweek. In die week mogen in de onderbouw twee voorbereide proefwerken op één dag vallen. Een voorbereid proefwerk wordt minstens een week van tevoren opgegeven.

De leerling heeft er recht op dat door docenten gecorrigeerd huiswerk wordt besproken. Het streven is om iedere toets na te spreken in de les. De leerling heeft daarbij inzicht in het door hem of haar gemaakte werk. Het is bij een groot deel van de vakken niet goed mogelijk een groot aantal verschillende, gelijkwaardige versies te maken. Bij deze vakken krijgen de leerlingen het gemaakte werk dan ook niet mee naar huis. Tijdens de bespreking moet de leerlingen daarom wel voldoende gelegenheid geboden worden om inzicht te krijgen in de onderdelen waar hiaten zitten, zodat ze daaraan later thuis kunnen werken. Indien de toets niet wordt nabesproken, blijft het met name voor dyslectische leerlingen van belang om een goede foutanalyse te maken (wat is fout, waarom en wat is goed).

In de bovenbouw wordt daarvoor bij verschillende vakken het formulier `foutenanalyse` gebruikt.

Lees hier meer over faciliteiten


Specifieke leerlingbegeleiding buiten school

Samenwerkingsverband 26.1

RSG Broklede valt in het 26.1 Stichting Samenwerkingsverband Utrecht en Stichtse Vecht VO. Binnen het SWV trekken scholen gezamenlijk op om het onderwijs en de ondersteuning goed te organiseren. Het SWV geeft een advies op maat. Zie www.sterkvo.nl

In deze folder leest u meer informatie.

Leerplichtambtenaar Stichtse Vecht

RSG Broklede heeft een verzuimprotocol. Zie ‘Absentie’ in de schoolgids. Ter preventie van vroegtijdig schoolverlaten kan de school advies vragen aan de leerplichtambtenaren van de woonplaatsen van de leerlingen. De leerplichtambtenaren dragen tevens zorg voor de uitvoering van het leerplichtbeleid. www.stichtsevecht.nl

Schoolarts en schoolverpleegkundige

De schoolarts verbonden aan de GGD Midden Nederland geeft algemeen advies bij plotselinge problemen. De schoolverpleegkundige onderzoekt jaarlijks de leerlingen van het 2e leerjaar. Hierbij worden ogen, oren, lichaamshouding en algemene conditie onderzocht. Ouders worden van te voren geïnformeerd. Het onderzoek vindt op school plaats. Ouders mogen daarbij aanwezig zijn. De schoolverpleegkundige houdt daarnaast op donderdag tussen 9.00 – 9.30 uur een inloopspreekuur op Broklede.

Leerlingen en ouders kunnen zich hiervoor melden bij de conciërge.

Schoolmaatschappelijk werk Stichtse Vecht

Iedere VO-school in de gemeente Stichtse Vecht heeft een schoolmaatschappelijk werker. Het telefoonnummer van het algemeen maatschappelijk werk van Kwadraad is 088-9004000.

Huiswerkbegeleiding en RT in de buurt

www.detaalstroom.nl

www.studiekring.nl

www.deklimboom.nl

www.vecht-college.nl

www.sbidouma.nl

www.studiekring.nl/maarssen

hannah@introweb.nl

www.maarssen-os.nl/socialekaart/content/hulpverlening.htm

www.rt-abcoude.nl

Binnen de gemeente Stichtse Vecht zijn diverse huiswerkbegeleidingsinstituten gevestigd. Sommige bieden specifieke begeleiding voor leerlingen die dyslectisch zijn. Wanneer een leerling langdurig vakmatige ondersteuning nodig blijkt te hebben, zal de mentor de leerling huiswerkbegeleiding of individuele bijles adviseren. Ouders kunnen natuurlijk ook zelf het initiatief nemen.

Onderzoekbureaus in de buurt

OOPPmaarssen@hotmail.com

www.detaalstroom.nl

www.praktijkvoorschoolpsychologie.nl

www.stichtingtaalhulp.nl

www.zienindeklas.nl

www.edi.nl

www.eduniek.nl

www.psy-vechtstreek.nl

www.hippp.nl

www.ppvanes.nl

Leerlingen met ernstige problemen op het gebied van taal, rekenen, concentratie, gedrag of leerlingen waarbij onduidelijkheid bestaat over de capaciteiten worden in overleg met de ouders doorverwezen naar een extern onderzoeksbureau om een volledig beeld van de problematiek te krijgen.

Huisarts

Bij ziekte of ongeval wordt door de school huisartsenpraktijk De Angstel, tel: 0346- 257511 geraadpleegd.

Centrum jeugd en gezin

Bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) kunnen ouders, verzorgers, jongeren en professionals terecht voor informatie en advies over opvoeden en opgroeien. Het CJG is een plek waar jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, maatschappelijk werkers en opvoedadviseurs samenwerken met andere professionals die zich bezig houden met kinderen en jongeren. Door deze samenwerking is er veel kennis aanwezig en kunnen de CJG medewerkers ouders snel en goed adviseren. Wanneer de CJG medewerkers de vraag van ouders of jongeren niet kunnen beantwoorden zoeken zij uit bij wie ze wel moeten zijn. Het CJG is er voor iedereen. Er is geen verwijzing nodig en de hulp is gratis. Veel informatie over opvoeden en opgroeien staat op de website: www.cjgstichtsevecht.nl Wie liever direct een medewerker wil spreken kan gebruikmaken van het inloopspreekuur. Daarnaast is het CJG telefonisch te bereiken op iedere werkdag van 9.00-17.00 uur op tel: 0346-260061. Mailen kan ook via de website.

Internethulpverlening

Jongeren in de leeftijd van 12 t/m 25 jaar kunnen met vragen ook terecht op het internet: www. internethulpverlening.nl. Via de mail wordt dan hulpverlening geboden door een schoolmaatschappelijk werker van Kwadraad. Het aanmelden kan anoniem en de privacy is gewaarborgd.

Bureau Jeugdzorg

Iedereen die in de provincie Utrecht hulp nodig heeft bij problemen van kinderen kan zich wenden dit bureau. www.bjzutrecht.nl Er zijn vier afdelingen: preventie, jeugdhulpverlening, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Aan de hand van een intakegesprek zal worden beoordeeld bij welke afdeling de hulpvraag thuis hoort. Tel.: 0900-4005555, ma t/m vr. van 12.00 – 17.00 uur. Ook in het geval van acute crisis kunt u dit nummer bellen.

Kindertelefoon

Voor vragen over problemen, relaties, pesten, depressieve gevoelens, gezondheid e.d., kunnen leerlingen gratis bellen met de kindertelefoon van 14.00 – 20.00 uur. Tel.: 0800-0432.

Veilig thuis voor informatie, advies en hulp, om zorgen te bespreken en eventueel een melding te doen.
Tel: 0800 – 2000. (Voorheen: Advies en Meldpunt Kindermishandeling)

Afdeling preventie centrum Maliebaan

Bij dit bureau kan iedereen informatie over drugs- en alcohol krijgen en tips om verslaving te voorkomen. Tel: 030-2340034 of preventie@centrummaliebaan.nl


Handige links

oudervereniging voor leerlingen met leer- en gedragsstoornissen www.balansdigitaal.nl

website voor ouders van dyslectische leerlingen www.steunpuntdyslexie.nl

website met algemene informatie over dyscalculie www.dyscalculie.org

website voor ouders met informatie over bv. dyslexie en rugzakjes www.50tien-oudersenrugzak.nl

website voor schoolboeken op daisyformaat www.dedicon.nl

website voor ondersteuning dyslexie met o.a. daisyspelers en kurzweil www.lexima.nl

websites met informatie over pubers en onderwijs/internetgebruik

http://www.cjgstichtsevecht.nl/

website voor leerlingen die een weg zoeken naar hulp(verlening) www.internethulpverlening.nl

Dit is een site waar ouders meer informatie kunnen krijgen over de mogelijkheden van faciliteren/compenseren en dispenseren van leerlingen met een ondersteuningsbehoefte.

www.jongerenbinnenboord.nl

Laatste Nieuws

Uitkomst POVO 2e ronde

97% van de leerlingen uit Utrecht en Stichtse Vecht is op de school van hun eerste keuze geplaatst.

Lees meer >
Top